De betere foto brengt een ode aan de mensheid. Hiermee wordt aangegeven dat een
geëngageerd fotograaf in de eerste plaats een pleitbezorger is voor een cultuurtaal, zijnde:
de fotografie. De beelden van een fotograaf moeten dus een boeiend verhaal oproepen
binnen een bepaalde context. De keuze van het onderwerp speelt daarbij een enorm grote
rol. Zo kunnen we het hebben over klassieke thema’s zoals reportage en landschap of het
abstracte beeld met hedendaagse invulling.

‘Fotografie is de mooiste taal ter wereld’

LinguaFranca! (= c ommunicatiemiddel voor mensen met verschillende moedertalen)
Overal ter wereld kunnen mensen foto’s bewonderen en bekijken. Maar de vraag is wel of
de toeschouwer de nodige vaardigheden heeft om beelden op een juiste manier te lezen. In
elk geval is de moderne analfabeet hij die geen beelden kan lezen.
Ik zie wat jij niet ziet. Kijken is niet automatisch zien en tussen kijken en zien ligt een groot
verschil. Bovendien vraagt zien ook begrijpen en begrijpen houdt in dat men veel weet of
kennis heeft van verschillende onderwerpen en gebeurtenissen. We moeten ons dus de
vraag stellen wat kijken moet zijn en wat moet zien in zich hebben om de gelaagdheid van
het werk ten volle te kunnen begrijpen.
De tentoonstelling van de wereldberoemde schilder, fotograaf Gerhard Richter, in het
S.M.A.K., kan ons hierbij helpen om zien te ontleden en te begrijpen. Aan de hand van
diverse conceptuele constructies, schilderijen en foto’s leidt Richter ons op een boeiende
chronologische wijze door een parcours om ons te bevragen over diverse aspecten, zoals
het historisch gegroeide onderscheid tussen abstracte en figuratieve kunst. Daarbij legt hij
de vinger op het juiste gebruik van materie, compositie, kleur, formaat en licht. En, door het
hanteren van kunst en cultuurgeschiedenis, bevraagt hij zich over de relatie van het beeld
tot de toeschouwer. Een beeld is immers altijd een voorwerp waar men tegenaan loopt. En
dus is het de job van de kunstenaar om in de eerste plaats een beeld te maken dat van hem
is. Daarnaast moet er ruimte zijn na de beeldruimte met liefst een iconische impuls en een
boeiend verhaal dat geschiedenis in zich heeft om de kijker toe te laten het beeld te lezen!

Tot slot komen we tot het besef dat het eigen gelijk niet aan de orde kan zijn om gelaagde
beelden te maken. Bovendien bestaat er ook geen absolutisme en is het oordeel van de
kijker die het beeld, het verhaal kan lezen ALTIJD de juiste waardemeter om te beseffen
of je werk kijk en zien heeft!

 

Freddy Van Vlaenderen