Mentoren en curatoren moeten een duidelijk inzicht hebben op de evolutie van de beeldcultuur. Goed gedocumenteerd zijn is daarbij belangrijk. Met dogma’s in de fotografie bereik je overigens geen hoger doel. Ik wil dus de ogen duidelijk openen want steeds meer
huilt men mee met eenzijdig geponeerde journalistieke inzichten, vaak gestoffeerd met populistische clichés.
Kortom, j’accuse !

Ik treed graag in de voetsporen van Emile Zola omdat de thans fungerende beeldontwikkeling van voornamelijk reportagefotografie dringend een halt toegeroepen moet worden. We kijken te veel door onze Westerse bril en we weten het blijkbaar altijd beter. Maar helpen we dan wel en op welke wijze? Luisteren we naar en praten we überhaupt met onze fotografen? Feit is zeker, steeds meer fotografen voelen zich meer en
meer in de steek gelaten. Het is dus onze verdomde plicht om dringend aandacht te schenken aan alle vormen van beeldexpressie.

In eerste instantie dienen we af te stemmen op de noden van de fotograaf.
Dit onder andere door niet permanent te focussen op de digitale ontwikkelingen en de daaraan gekoppelde bijkomende technische mogelijkheden, of een discussie aan te gaan over de hoeveelheid korrel of ruis. Trouwens, waar ligt het verschil? Belangrijker is om het debat te voeren over een beeldtaal die de veruitwendiging is van ongerustheid, stabiliteit, gemoedsrust, schoonheid, obsessies, perceptie, waarheid, licht, realiteit, de schoonheid van de natuur, de puzzel van de kleuren of Fauve, kubisme, dadaïsme of doodgewoon de fotograaf te zijn van zijn tijd. De impressionistische schilder Edgar Degas was niet alleen een ‘street photographer’ avant la lettre, hij maakte tevens realistische ‘televisie’. Zijn grote passie van herhaling, gekoppeld aan het realistische licht van Turner was zijn drijfveer om schoonheid te vinden en zo een ‘beeldbuis’ te zijn van zijn tijd. Georges Seurat gebruikte het pointillisme of korrel om het beeld te bevriezen, terwijl Henri Matisse felle kleuren gebruikte om te zwemmen in gemoedstoestanden. De dadaïst Marcel Duchamps of ‘mister shocking’ bracht conceptuele kunst en terwijl Paul Cézanne met zijn tableau’s ongerustheid schilderde, deed Edouard Monet er alles aan om de schoonheid van de natuur te schilderen om tot complete rust te komen na WO I.

De fotografische wereld wordt thans geregeerd door een in zichzelf gekeerde mentaliteit waar financieel gewin de motor is. Fotografen pur sang moeten de spiegel zijn van hun tijd. Ze moeten dus het zwerfvuil ruimen om artistieke geëngageerdheid in schoonheid aan te reiken. De kunst moet er dus in bestaan om realiteit op een eigen kunstzinnige, creatieve manier weer te geven en de hierboven aangehaalde illustere meesters zijn daar eclatante inspiratiebronnen voor.

Freddy Van Vlaenderen